De veelgestelde vragen

Hier vindt u de veelgestelde vragen over het zonnepark. Staat uw vraag er niet tussen? Neem dan gerust contact met ons op door een e-mail te sturen naar wind@pure-energie.nl.

Over de windparken

Wie zijn de initiatiefnemers van deze vier windparken?

Duurzaam energiebedrijf Pure Energie is de initiatiefnemer van de drie windparken Hoge Vaart Zuid, Oldebroekertocht en Hondtocht Zuid. Flevo Ventum BV is de initiatiefnemer van Windpark Flevo Ventum. Lees hier meer over Pure Energie en Flevo Ventum BV. 

Wat is de plek van de vier windparken?

De lijnen Hoge Vaart Zuid, Oldebroekertocht, Hondtocht Zuid en Flevo Ventum komen in het gebied dat globaal ten noordoosten ligt van Biddinghuizen en ten zuiden van de spoorlijn tussen Dronten en Zwolle. Op onderstaande plattegrond staan alle windmolens van Windplan Groen aangegeven. De windparken Hoge Vaart Zuid, Oldebroekertocht, Hondtocht Zuid en Flevo Ventum zijn de groene stippen met daaromheen de blauwe rechthoeken. De locaties van de windparken staan nader omschreven op deze pagina

 

2021 05 19 HV HT OT FV

Hoe zit het met slagschaduw?

Slagschaduw ontstaat als de zon tegen de draaiende wieken schijnt. De schaduw die ontstaat, beweegt en kan hinderlijk zijn. Op basis van de stand van de zon is goed te voorspellen hoeveel, wanneer en waar er slagschaduw wordt veroorzaakt. Onder andere ten behoeve van het Milieueffectrapport (MER) voor Windplan Groen zijn hier berekeningen naar gedaan. Ook is er een slagschaduwnorm die is vastgelegd in het Activiteitenbesluit: maximaal 17 dagen per jaar mag er meer dan 20 minuten per dag slagschaduw worden veroorzaakt op bijvoorbeeld een woning van derden. Op andere dagen mag volgens deze norm minder dan 20 minuten slagschaduw worden veroorzaakt.

Om te zorgen dat de hoeveelheid slagschaduw deze norm niet overschrijdt, wordt er een zogeheten stilstandsvoorziening ingesteld. Deze zorgt ervoor dat de windturbines kunnen worden stilgezet als de slagschaduw een woning van derden kan raken.

Voor de kernen Biddinghuizen, Dronten en Ketelhaven geldt dat de slagschaduw naar zo goed als nul wordt teruggebracht door de windturbines vaker stil te zetten. Dit is ook vastgelegd in de vergunningen. Meer daarover leest u in dit nieuwsbericht op de website van Windplan Groen.

Hoe zit het met geluid?

Veruit het meeste geluid van een windmolen wordt veroorzaakt door de luchtstroming om de draaiende wieken. Het windmolengeluid is niet constant en hangt af van de windsnelheid. De afgelopen jaren is veel geïnvesteerd in de ontwikkeling van stillere windmolens en deze ontwikkelingen gaan nog steeds door. Om geluidshinder voor omwonenden zo beperkt mogelijk te houden, zijn er wettelijke normen opgesteld voor windmolens:

  1. De eerste norm voor het geluid van windmolens is Lden 47 dB (decibel). Dit is de hoeveelheid geluid die gemiddeld over een jaar buiten op de gevel van geluidsgevoelige objecten zoals woningen van derden, scholen en zorgcentra mag ontstaan. Dit mag gemiddeld over een jaar niet meer dan 47 dB zijn. In het getal Lden zijn voor de avond en nacht extra toeslagen verwerkt, waardoor het werkelijke gemiddelde geluidniveau ongeveer 6 dB lager is dan Lden 47 dB. Lden staat voor day, evening, night.

     

  2. De tweede norm is Lnight 41 dB. Deze norm is specifiek voor de nacht. Dit werkt hetzelfde als de norm van Lden 47 dB, maar het verschil is dat het geluid ’s nachts buiten op de gevel dan gemiddeld over een jaar niet meer dan 41 dB mag zijn.

Een grotere windmolen mag niet meer geluid op de gevel van een woning van derden veroorzaken dan een kleinere windmolen. Ook het aantal windmolens maakt niet uit: de maximale hoeveelheid geluid die op de gevel van een woning van derden mag worden veroorzaakt, blijft ook bij meerdere windmolens maximaal Lden 47 dB.

 

Hinder van geluid van windmolens?

Als het geluid op de gevel minder is dan volgens de regels maximaal mag, betekent het niet dat er kan worden gegarandeerd dat de windmolens nooit te horen zijn. Wel blijkt uit de praktijk dat de overgrote meerderheid van omwonenden met deze normen geen hinder ondervindt.

 

Uit onderzoek (dosiseffect-relaties) dat is gedaan naar het geluid van windmolens blijkt dat gemiddeld 8 procent van omwonenden binnenshuis hinder ervaart als het geluid op de gevel van de woning gelijk is aan de wettelijke norm (Lden 47 dB). Dit zijn bewoners van huizen waarbij de windmolen zoveel geluid maakt als wettelijk maximaal is toegestaan. Veel huizen staan verder weg van een windmolen waardoor de windmolen minder goed te horen is. Het aantal mensen dat hinder ervaart van het geluid wordt daardoor ook minder (volgens de dosiseffect-relatie). Als het geluid van windmolens op de gevel van huizen bijvoorbeeld Lden 45 dB is in plaats van Lden 47 dB, ervaart gemiddeld 5 procent van de omwonenden hiervan binnenshuis hinder.

 

Of mensen last hebben van het geluid, is vaak een persoonlijke ervaring. Wie principieel tegen windmolens is, zal eerder de windmolens horen en zich daaraan ergeren. Die ervaart dus overlast. Maar wie wel vóór windmolens is of bijvoorbeeld via een coöperatie mede-eigenaar is, hoort de windmolens vaker niet of nauwelijks en ervaart ze niet als overlast, zo blijkt uit onderzoek. In een recente publicatie (29 oktober 2020) van het RIVM wordt dat bevestigd. In deze factsheet 'Gezondheidseffecten van windturbinegeluid' van het RIVM (juli 2021) wordt dit ook nader toegelicht.

 

Werkelijke gemiddelde geluidbelasting is lager dan 47 decibel

Een vraag die met name vanwege het woord ‘gemiddeld’ bij bijvoorbeeld omwonenden van (beoogde) windmolens ontstaat, is of de geluidsnorm van jaargemiddeld Lden 47 decibel betekent dat het geluid van een windmolen bij een woning ook boven 47 decibel kan komen als het op andere momenten dan onder de 47 decibel is. Dat is niet zo.

 

De Lden is een theoretisch getal dat door de straffactoren hoger ligt dan de werkelijke gemiddelde geluidbelasting. Daardoor is het maximale geluid dat op de gevel van een woning kan ontstaan lager dan 47 decibel. Een belangrijke toevoeging hierbij is dat hierbij wordt uitgegaan van woningen waarbij op de gevel de maximale toegestane geluidsbelasting ontstaat. Het overgrote deel van de woningen zal buiten deze maximale grens liggen. Daarnaast is een windmolen continu in bedrijf. Daar waar het wellicht in theorie mogelijk is om aan het gemiddelde te voldoen met een kortstondige hoge piekbelasting en een lange tijd heel weinig geluid, zal dat in de praktijk door de aard van een windmolen niet gebeuren.

 

Waarmee kan ik het geluid van een windmolen vergelijken?

Deze illustratie vergelijkt het geluid van een windmolen met andere geluidsbronnen (tekst loopt door onder de afbeelding):

 Illustatie geluid windmolen

 

Laagfrequent geluid

In de geluidsnormen wordt ook rekening gehouden met laagfrequent geluid. Als wordt voldaan aan de norm, biedt dat voldoende bescherming tegen dit type geluid. Bovendien produceren windmolens slechts in beperkte mate laagfrequent geluid. Een snelweg bijvoorbeeld produceert aanzienlijk meer laagfrequent geluid.

 

In een recente publicatie (29 oktober 2020) van het RIVM wordt dat bevestigd. Laagfrequent geluid van windmolens speelt geen bijzondere rol en leidt niet aantoonbaar tot nadelige gezondheidseffecten. Het enige bekende effect van windmolens is dat het geluid hinder kan geven, maar daarom zijn er geluidsnormen die deze hinder zoveel mogelijk beperken. Of iemand hinder ervaart van het geluid van windmolens, is bovendien niet alleen afhankelijk van het aantal decibellen, maar ook van hoe goed bijvoorbeeld omwonenden zich betrokken voelen bij de plaatsing van windmolens. In deze factsheet 'Gezondheidseffecten van windturbinegeluid' van het RIVM (juli 2021) wordt dit ook nader toegelicht.

 

Er wordt ook gesproken over een norm die in Denemarken geldt voor laagfrequent geluid. De Nederlandse norm voor geluid en deze Deense norm komen in de praktijk nagenoeg overeen. Dat blijkt ook uit onderzoek dat is gedaan bij twee nieuwe windparken in Nederland met grote, moderne windmolens. Door te voldoen aan de Nederlandse geluidsnorm wordt hier ook voldaan aan de Deense norm voor laagfrequent geluid.

 

Lees meer hierover en over de geluidsnorm bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland en in dit artikel. In dit artikel wordt meer toegelicht over het geluid van windmolens en gezondheid van bijvoorbeeld omwonenden.

Hoe blijf ik op de hoogte?

We proberen deze website zo actueel en volledig mogelijk te houden, zodat iedereen die wil op de hoogte kan blijven. Daarnaast versturen wij nieuwsbrieven over de ontwikkelingen rond onze windparken. U kunt zich onderaan deze pagina voor deze nieuwsbrief aanmelden. U kunt zich altijd weer uitschrijven voor deze nieuwsbrief.

Mocht u informatie missen of vragen hebben, dan kunt u ook contact met ons opnemen via info@windparkhogevaart.nl.

Over windenergie

Waarom windenergie?

Windenergie is effectief in de strijd tegen de klimaatverandering, omdat windmolens bij het opwekken van windenergie geen CO2, fijnstof, stikstofoxiden, zwaveldioxide en andere vervuilende stoffen uitstoten. Windenergie is schoon, onuitputtelijk en de goedkoopste vorm van duurzame energie. Daarnaast is Nederland een echt windland, het waait in ons land vaak en hard.

Waarom is duurzame energie zo belangrijk?

De meeste energie die we in Nederland gebruiken komt uit fossiele brandstoffen. Bij de verbranding komt CO2 vrij. Doordat er steeds meer CO2 in de atmosfeer komt, stijgt de temperatuur op aarde en dat kan ingrijpende gevolgen hebben voor mens, dier en natuur. Nederland heeft zich gecommitteerd aan de afspraken van het klimaatakkoord van Parijs om de klimaatverandering binnen de perken te houden. Daarom is het belangrijk dat we het gebruik van fossiele brandstoffen verminderen. Dat kan door minder energie te gebruiken en door over te stappen op bronnen die schone energie produceren. Dat zijn onder andere wind, zon, water en aardwarmte.

Hoe werkt een windmolen?

Boven de mast staat de gondel, de plek waar bijna alle techniek zit en waar de wieken aan vastzitten. In de gondel zit een generator. De generator is een grote dynamo die de draaiende beweging van de wieken omzet in elektriciteit. Om de draaiende beweging sneller te maken, zit in de gondel bij een deel van de windmolens ook een tandwielkast. De tandwielen laten een as sneller draaien zodat de relatief langzaam draaiende wieken via deze as uiteindelijk toch genoeg snelheid opleveren om elektriciteit te kunnen opwekken. Er zijn ook zogeheten direct drive-windmolens die geen tandwielkast nodig hebben.

Meer over hoe een windmolen werkt, kunt u hier lezen. Hoe wordt een windmolen gebouwd? Klik hier om daarover een filmpje te zien.

Hoe belangrijk is de hoogte van een windmolen?

Heel belangrijk, want de stroomopbrengst is afhankelijk van de hoogte van de windmolen. Met name de rotordiameter is belangrijk. Hoog in de lucht waait het vaker en harder. Hoe groter de rotordiameter, hoe meer wind de wieken vangen en hoe meer stroom de windmolen opwekt. Over het algemeen geldt de regel: als de wieken van een windmolen twee keer zo groot zijn, is de opbrengst (in kWh) vier keer zo hoog. De trend in Nederland is dat windmolens daarom steeds hoger worden, omdat ze dan veel meer elektriciteit opwekken. Dat zorgt ervoor dat windenergie ook steeds efficiënter wordt opgewekt en dus goedkoper om te produceren. Lees hier meer over het belang van de hoogte van een windmolen.

 

Een grotere windmolen mag niet meer geluid veroorzaken op de gevel van een woning of meer slagschaduw veroorzaken dan een kleinere. Een grotere, nieuwe windmolen is niet zelden zelfs stiller dan een kleinere, oude windmolen doordat de nieuwste technieken op bijvoorbeeld het gebied van geluidsreductie in die nieuwe molen zijn toegepast.

Geven windmolens lichtschittering en is dat te voorkomen?

Lichtschittering kan ontstaan doordat zonlicht op de draaiende wieken schijnt. Om dit te voorkomen, worden de wieken van de windmolens voorzien van een anti-reflecterende coating of een matte verf.

Hoe lang gaat een windmolen mee?

Economisch gezien wordt een windmolen doorgaans in vijftien jaar afgeschreven, technisch gaat een windmolen al gauw 25 jaar mee. Wanneer de molens aan het einde van hun technische levensduur komen, wordt er de afweging gemaakt of de windmolen kan blijven staan of dat deze beter kan worden ontmanteld.  Het verwijderen van een windmolen kan vaak kostenneutraal, omdat veel onderdelen hergebruikt kunnen worden. Wat ook regelmatig voorkomt, is dat een windmolen wordt ontmanteld, wordt opgeknapt en op een andere plek weer wordt opgebouwd om vervolgens nog langer duurzame energie op te wekken.

Waar vind ik algemene informatie over windenergie?

Een korte filmpje van Natuur & Milieu waarin antwoord wordt gegeven op tien vragen over windmolens. Dat zijn vragen zoals hoeveel zonnepanelen er nodig zijn om evenveel te produceren als een windmolen.
Natuur & Milieu beantwoordt op de eigen website ook veel vragen over windmolens. Klik daarvoor hier.
De Nederlandse overheid heeft een website gemaakt met veel informatie over windmolens op land. Klik daarvoor hier.

Factcheckers en 'mythes' over windmolens

 Onafhankelijk medium De Correspondent heeft factcheckers over windmolens gemaakt:

Over gezondheid van omwonenden.
Over toerisme en windmolens.
Helpen windmolens het klimaat?
Over de subsidie van windmolens.

De website www.wattisduurzaam.nl heeft een factcheck over duurzame energie gemaakt. Klik daarvoor hier.
Natuur & Milieu gaat in op 'mythes' over duurzame energie. Klik daarvoor hier.
Greenpeace heeft een aantal redenen waarom deze organisatie positief staat tegenover windmolens. Klik daarvoor hier.

 

Op de website van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) staat ook meer informatie over onder meer de regels die gelden voor windmolens met betrekking tot onder andere geluid, slagschaduw en veiligheid.

 

De Nederlandse Wind Energie Associatie (NWEA) behartigt de belangen van windenergie. In de NWEA werken alle organisaties en bedrijven die in Nederland actief zijn op het gebied van windenergie samen.

Over windmolens

Hoe wordt bepaald of een locatie geschikt is voor een windmolen?

Om te bepalen of een locatie geschikt is voor een windmolen, wordt gekeken naar onder andere woningen in de omgeving, bedrijven, natuurwaarden, landschapswaarden, de aanwezigheid van hoogspanningslijnen, gasleidingen, wegen en wettelijke normen voor geluid en slagschaduw. Er wordt veel onderzoeken gedaan naar onder andere al deze thema’s om duidelijk te krijgen of de windmolen er kan staan, waarbij wordt voldaan aan alle regels en normen die hiervoor gelden.

Waarom zijn er windmolens nodig?

Beschikbaarheid van energie vinden we vanzelfsprekend; het licht in huis doet het altijd. Maar we staan er vaak niet bij stil dat de productie van energie uit aardgas of steenkool blijvende schade toebrengt aan ons leefmilieu. Bij de verbranding van deze brandstoffen komen namelijk schadelijke gassen vrij. Denk aan het broeikasgas CO2 dat tot verandering van ons klimaat leidt. Ook raken de fossiele brandstofvoorraden op de lange termijn op. Daarom moeten we overschakelen naar duurzame alternatieven. Internationaal is een klimaatverdrag afgesproken (‘het akkoord van Parijs’) om de uitstoot van CO2 te verminderen. De doelstelling is dat Nederland in 2030 49 procent minder CO2 uitstoot. Daarvoor moet onder andere de opwekcapaciteit fors worden uitgebreid. Naast bijvoorbeeld zonne-energie, bio-energie en aardwarmte zijn er ook windmolens nodig. Samen met maatschappelijke organisaties heeft de Nederlandse regering het Klimaatakkoord gesloten om vaart te maken met de opwekking van duurzame energie.

Waarom bouwen we windmolens op land als het op zee zonder subsidie kan?

Ondanks de succesvolle ontwikkelingen van windmolens op zee zijn er ook windmolens op land nodig. Anders wekken we als land niet genoeg duurzame energie op. Verder zijn er ook veel zonnepanelen nodig (op daken en op velden), aardwarmte, energiebesparing, biomassa en wellicht nog wel meer duurzame bronnen en technieken. Het plaatsen van windmolens op zee is in de afgelopen jaren flink goedkoper geworden, maar dat heeft daar geen invloed op. Ook in het landelijke Klimaatakkoord dat ervoor moet zorgen dat Nederland in 2030 49 procent minder CO2-uitstoot, is uitgesproken dat er naast windmolens op zee ook veel windmolens én zonnepanelen op land nodig zijn.

 

Ook subsidie voor windmolens op zee
Daarnaast klopt het niet dat windmolens op zee geen subsidie krijgen, zoals regelmatig wordt gesteld. Deze krijgen ook subsidie, maar dan in een andere vorm.

 

Bij windmolens op zee stelt de overheid het gebied waar de molens komen ter beschikking. De overheid laat ook alle voorbereidingen op eigen kosten uitvoeren. Dat zijn bijvoorbeeld alle onderzoeken die moeten worden gedaan, de (gerechtelijke) procedures die nodig zijn voor de vergunningen en het contact met betrokkenen uit de omgeving. Ook de netaansluiting – de kabel waarmee de stroom van de windmolens op het elektriciteitsnet komt – wordt verzorgd en betaald door de Nederlandse overheid en daarmee dus door de belastingbetaler. Dit is bijvoorbeeld in september 2018 bevestigd door de Algemene Rekenkamer: ook windmolens op zee krijgen subsidie, tot en met 2023 is daar 4 miljard euro voor gereserveerd. Lees meer hierover in het nieuwsbericht en achterliggende rapport van de Algemene Rekenkamer.

 

Bij windmolens op land komen al deze voorbereidingen en kosten voor rekening van de initiatiefnemers van de windmolens. Bij het maken van een plan voor windmolens is dit een grote kostenpost en ook het meest risicovol. Stel dat alle voorbereidingen worden getroffen, maar het plan uiteindelijk toch niet mag worden uitgevoerd? Dan zijn de initiatiefnemers al het geld dat ze erin hebben gestoken kwijt.

Bij wind op zee neemt de overheid dat risico en die kosten over van de bedrijven die de windmolens willen bouwen. Daardoor kunnen die bedrijven goedkoper windmolens bouwen. Daarom zeggen nu sommige bedrijven dat ze in de exploitatie – dus als de windmolens er staan en stroom opwekken – geen subsidie meer nodig hebben. Maar dat kan dus alleen omdat deze windmolens op zee in het voortraject in een andere vorm subsidie hebben ontvangen.

 

Verder kost het ongeveer evenveel om met een windmolen op land een kilowattuur groene stroom op te wekken als met een windmolen op zee. Al jaren daalt de kostprijs van elektriciteit die wordt opgewekt door windmolens op land. Daardoor daalt ook de subsidie die deze windmolens krijgen hard. Windmolens op land zijn en blijven één van de meest kostenefficiënte vormen van duurzame energie. De verwachting is zelfs dat wind op land op relatief korte termijn (in 2025) zonder subsidie kan, zo blijkt uit onderzoek in opdracht van branchevereniging NWEA. U kunt dat onderzoek 'Kostprijsanalyse Windenergie op Land' hier vinden.

Hoe zit het met de subsidie op windmolens?

Stroom opwekken met windmolens is vooralsnog duurder dan met bijvoorbeeld een kolencentrale. Om de productie van duurzame elektriciteit te stimuleren, verstrekt de Nederlandse overheid subsidie aan exploitanten van windmolens. Deze SDE++-subsidie vergoedt het verschil tussen de kostprijs van duurzame energie en de opbrengst van grijze energie uit kolen- en gascentrales. Zo kunnen windmoleneigenaren hun gemaakte kosten terugverdienen, maar tegelijkertijd hun stroom met een concurrerende prijs aanbieden aan consumenten. De subsidie wordt voor een periode van 15 jaar toegekend.

 

Hoofddoel SDE++: veel duurzame energie tegen zo laag mogelijke kosten
De inzet van de overheid is dat de SDE++ het exploiteren van de meest rendabele technologie mogelijk maakt. Omdat de ontwikkelingen hierin snel gaan, daalt de SDE++ vrijwel jaarlijks flink. De subsidie die exploitanten van windmolens per kilowattuur (kWh) krijgen, wordt dus steeds minder. Om te zorgen dat de windmolens rendabel zijn, moet de kostprijs van een kWh geproduceerd door een windmolen omlaag. Daarvoor zijn grotere windmolens nodig die efficiënter produceren. Een grotere windmolen is weliswaar duurder in aanschaf, maar doordat deze veel meer stroom produceert, zijn de kosten per kWh veel lager. Als de wieken twee keer zolang worden, wekt een windmolen vier keer zoveel op. Op grotere hoogte waait het bovendien harder, daardoor produceert een hogere windmolen ook meer elektriciteit. De kosten kunnen dan over veel meer kWh's worden uitgesmeerd. Daardoor kunnen de windmolens financieel uit met minder subsidie per kWh. En tegelijkertijd zijn kleinere windmolens met een hogere kostprijs per kWh dus niet meer mogelijk.

 

De hoeveelheid subsidie per kWh is de afgelopen jaren met tientallen procenten gedaald. Alleen de modernste windmolens met grote afmetingen zijn nog rendabel. Op verschillende plekken in het land zijn inmiddels windmolens gebouwd met tiphoogtes van ruim 200 meter. Dat is ‘het nieuwe normaal’ als het gaat om windmolens. Alleen deze afmetingen zijn nog rendabel.

 

Overigens zijn windmolens één van de goedkoopste vormen van duurzame energie. Voor grote velden met zonnepanelen is bijvoorbeeld meer subsidie nodig om de kosten te dekken. Uit berekeningen blijkt dat dit verschil nog jaren zal blijven bestaan. Uit onderzoek in opdracht van branchevereniging NWEA blijkt dat windmolens op land in 2025 zonder subsidie kunnen. U kunt dat onderzoek 'Kostprijsanalyse Windenergie op Land' hier vinden.

 

Te weinig wind? Dan ook geen subsidie
De SDE++-subsidie wordt pas achteraf uitgekeerd, over de elektriciteit die de windmolen daadwerkelijk heeft opgewekt. Als er te weinig wind is, wekt de windmolen niks op en wordt er dus ook geen SDE++-subsidie uitgekeerd. Bovendien wordt de subsidie verrekend met de elektriciteitsprijs: als de elektriciteitsprijs hoger is, krijgen exploitanten van windmolens minder subsidie per opgewekte kilowattuur (kWh). De verwachting is dat de SDE++-subsidie de komende jaren verder daalt en waarschijnlijk zelfs verdwijnt. Ook is een verwachting dat de elektriciteitsprijs stijgt, al blijft dat lastig te voorspellen. Indien dat gebeurt, is er dus nog minder subsidie nodig.

 

Voordat een windmolen wordt geplaatst, wordt goed in beeld gebracht wat het windaanbod is op die locatie, vaak met windmetingen. Aan de hand van deze meting is de te verwachten opbrengst van de windmolen goed te berekenen. Als daaruit blijkt dat het hier niet hard genoeg waait, zal geen bank of andere financier deze windmolen financieren en komt er dus geen windmolen. De subsidie die pas achteraf wordt uitgekeerd, verandert daar niets aan.

 

Als bedrijven die stroom maken uit kolen en gas ook zouden opdraaien voor de schade die hun CO2- uitstoot veroorzaakt, zou windenergie de goedkoopste vorm van elektriciteit zijn. De CO2-uitstoot van kolen en gas zorgt namelijk voor klimaatverandering. Het kost miljarden om Nederland aan te passen aan onder andere de hogere zeespiegel en hardere regenbuien als gevolg van klimaatverandering. Ook zorgt verbranding van kolen en gas voor luchtverontreiniging en daardoor voor gezondheidsklachten. Deze maatschappelijke kosten neemt de samenleving als geheel nu voor haar rekening en niet de energiebedrijven die deze schade veroorzaken.

Hoe werkt een windmolen en hoe wordt deze gebouwd?

Meer over hoe een windmolen werkt, wordt eenvoudig uitgelegd in dit filmpje

Hoe wordt een windmolen gebouwd? Klik hier om daarover een filmpje te zien.

Is groene stroom wel echt groen?

In het tv-programma 'Zondag met Lubach' van 4 februari 2018 is aandacht besteed aan groene stroom. Hieruit blijkt dat veel Nederlanders op papier thuis groene stroom hebben, maar dat in de praktijk dit vaak toch niet zo is. Ook laat het zien dat er nog veel meer duurzame energie moet worden opgewekt in Nederland om aan de klimaatdoelstellingen te kunnen voldoen. Klik hier om het filmpje te bekijken.

De Consumentenbond, Greenpeace, WISE en Natuur & Milieu onderzoeken ook elk jaar hoe duurzaam de Nederlandse energieleveranciers zijn: welke energiemaatschappij levert echt groene stroom en welke niet? Lees daar meer over op de website van de Consumentenbond. Hier is ook het recentste onderzoeksrapport naar de Nederlandse energieleveranciers te vinden.

Draaien windmolens altijd?

Ja, in principe wel. Maar een windmolen staat ook wel eens stil. Bijvoorbeeld voor onderhoud of als het niet waait. Dit laatste komt beperkt voor. Moderne windmolens hebben erg weinig wind nodig om toch te draaien en elektriciteit op te wekken. Ook bij hele harde wind (windkracht 9-10) kan een molen uit veiligheidsoverwegingen worden uitgezet, maar dit komt ook zelden voor. Daarnaast wordt een molen ook wel eens stilgezet om slagschaduw op nabijgelegen woningen te voorkomen (bij een bepaalde stand van de zon).

Over effecten van windmolens

Hoe groot moet de afstand tussen een windmolen en een woning minimaal zijn?

In de wetgeving zijn geen minimale afstanden tussen windmolens en bijvoorbeeld woningen opgenomen. De afstand tot woningen wordt bepaald aan de hand van de normen voor onder andere geluid, slagschaduw en veiligheid. Het zijn daarin vooral de geluidsnormen die bepalen hoever een windmolen van bijvoorbeeld woningen moet staan.  

 

Een vuistregel uit de praktijk is dat er doorgaans circa 400 meter afstand nodig is tussen een windmolen en bijvoorbeeld een woning van derden om aan de geluidsnormen te kunnen voldoen. In een vroegtijdig stadium van een windproject kan deze vuistregel ter indicatie worden gehanteerd.  

 

In een later stadium van een windproject wordt onder andere een geluidsonderzoek uitgevoerd. Daaruit blijkt precies of bij woningen in de omgeving kan worden voldaan aan de geluidsnormen en welke afstand er nodig is tussen de windmolen en bijvoorbeeld woningen om te voldoen aan de normen.  

 

De afstand die nodig is om aan de geluidsnormen te voldoen, kan per windproject verschillen. Zo draagt geluid verder over water of veel verharding. Dus als de windmolen in een omgeving met veel water of verharding staat, kan het zijn dat de windmolen op iets grotere afstand moet staan om bij omliggende woningen de geluidsnormen niet te overschrijden dan in een omgeving waar bijvoorbeeld de bodem zachter is (denk aan weilanden of bos) die het geluid meer absorbeert. Hier wordt in het geluidsonderzoek rekening mee gehouden.   

Wat is het effect van een windmolen op de gezondheid van omwonenden?

Er is geen direct verband tussen windmolens en een verslechterende gezondheid van omwonenden. Windmolens maken mensen niet ziek. Daar is veel onderzoek naar gedaan. De regels en normen voor windmolens zijn ingesteld om omwonenden te beschermen.

Wel kan het geluid van windmolens hinderlijk zijn voor omwonenden. Dat geldt voor alle vormen van geluid, bijvoorbeeld ook het geluid afkomstig van wegen en bedrijventerreinen. Als geluid erg hinderlijk wordt, kan dat stress opleveren en op de lange termijn is dat ongezond. Daarom zijn er strenge normen voor windmolens ingesteld die omwonenden beschermen tegen te veel hinder, zodat hun gezondheid wordt beschermd. Dit gebeurt volgens dezelfde systematiek waarmee omwonenden worden beschermd tegen geluidshinder van bijvoorbeeld een drukke weg. Hierin wordt ook rekening gehouden met laagfrequent geluid.

 

Daarnaast blijkt uit onderzoek dat de mate waarin een omwonende hinder ervaart niet alleen wordt veroorzaakt door het aantal decibellen dat die persoon hoort. Zowel het RIVM, de GGD als de Wereldgezondheidsorganisatie concludeert dat omwonenden minder hinder ervaren als zij goed worden betrokken bij de planvorming voor de windmolens en/of als zij er financieel voordeel van hebben. In een recente publicatie (29 oktober 2020) van het RIVM wordt dat nogmaals bevestigd. In deze factsheet 'Gezondheidseffecten van windturbinegeluid' van het RIVM (juli 2021) wordt dat ook nader toegelicht.

Lees meer over het geluid van windmolens en de gezondheid van bijvoorbeeld omwonenden in dit artikel.

 

Laagfrequent geluid

In de geluidsnormen wordt ook rekening gehouden met laagfrequent geluid. Als wordt voldaan aan de norm, biedt dat voldoende bescherming tegen dit type geluid. Bovendien produceren windmolens slechts in beperkte mate laagfrequent geluid. Een snelweg bijvoorbeeld produceert aanzienlijk meer laagfrequent geluid.

In een recente publicatie (29 oktober 2020) van het RIVM wordt dat bevestigd. Laagfrequent geluid van windmolens speelt geen bijzondere rol en leidt niet aantoonbaar tot nadelige gezondheidseffecten. Het enige bekende effect van windmolens is dat het geluid hinder kan geven, maar daarom zijn er geluidsnormen die deze hinder zoveel mogelijk beperken. Of iemand hinder ervaart van het geluid van windmolens, is bovendien niet alleen afhankelijk van het aantal decibellen, maar ook van hoe goed bijvoorbeeld omwonenden zich betrokken voelen bij de plaatsing van windmolens. In deze factsheet 'Gezondheidseffecten van windturbinegeluid' van het RIVM (juli 2021) wordt dat ook nader toegelicht.

 

Er wordt ook gesproken over een norm die in Denemarken geldt voor laagfrequent geluid. De Nederlandse norm voor geluid en deze Deense norm komen in de praktijk nagenoeg overeen. Dat blijkt ook uit onderzoek dat is gedaan bij twee nieuwe windparken in Nederland met grote, moderne windmolens. Door te voldoen aan de Nederlandse geluidsnorm wordt hier ook voldaan aan de Deense norm voor laagfrequent geluid. U kunt deze notitie hier lezen.

 

Lees meer hierover en over de geluidsnorm bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Ook in dit artikel staat meer informatie over geluid en de geluidsnormen.

Komen er knipperende lampen op de windmolen?

Windmolens met een tiphoogte van 150 meter of hoger moeten worden verlicht met obstakelverlichting. Overdag is de verlichting wit en ’s nachts rood. De lampen zijn verplicht vanwege de vliegveiligheid. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) bepaalt op basis van internationale richtlijnen waar de verlichting een windmolen aan moet voldoen.

 

Zijn de lampen op een windmolen knipperend of vast brandend?
Vroeger moesten de rode lampen 's avonds en 's nachts knipperen, maar omdat omwonenden aangaven dit hinderlijk te vinden hoeft dat niet meer. De lampen mogen nu ook vastbrandend zijn. Bij een groot windpark wordt het ritme van witte knipperende verlichting overdag op alle turbines gelijk afgesteld. Dat geeft een rustiger beeld.

 

Lampen op de gondel en op de mast
Bij windmolens met een tiphoogte van 150 meter of hoger, komen er altijd lampen op de gondel (het ‘huisje’ bovenop de mast van de windmolen). Bij windmolens met een tiphoogte van meer dan 150 meter moeten ook halverwege de mast lampen komen. Bij windmolens met een tiphoogte van 210 meter of hoger moeten er volgens de regels ook op 1/3 en 2/3 hoogte van de mast lampen komen. Deze lampen op de mast branden minder fel dan de lampen op de gondel.

 

Lampen dimmen bij helder weer
Bij helder weer mogen de lampen worden gedimd. Hoe helderder het weer, hoe verder de lampen mogen worden gedimd. Dat mag tot 10 procent van hun gebruikelijke sterkte (dus een reductie van 90 procent van de lichtsterkte).

 

Nieuwe techniek: lampen alleen aan bij naderend vliegverkeer
De zoektocht naar obstakelverlichting die nog minder hinder veroorzaakt, gaat intussen door. Er wordt bijvoorbeeld gekeken naar lampen die uit staan en pas aan gaan als er een vliegtuig in de buurt is. Dat kan met behulp van zogeheten transpondertechnologie; ook wel naderingsdetectie genoemd. Na een succesvolle test bij Windpark Krammer mag de naderingsdetectie worden toegepast. Hiervoor moeten de komende tijd de regels aangepast worden. Totdat de regelgeving aangepast is, wordt per bestaand windpark afgewogen of het toegepast kan worden. Bij nieuwe windparken van Pure Energie gaan we de transpondertechnologie toepassen, tenzij er goede redenen zijn om daarvan af te wijken.

 

Meer informatie over obstakelverlichting leest u op de website van de Rijksoverheid.

Worden huizen minder waard door een windmolen?

Uit het onderzoek dat hier tot nu toe naar is gedaan, blijkt dit mee te vallen. Woningen worden hooguit een paar procent minder waard. Ook is uit onderzoek gebleken dat dit effect tijdelijk kan zijn, dus dat de waarde van een woning na een tijdje weer stijgt.

De waarde van een huis hangt van veel factoren af. Dat zegt onder meer de NVM, vereniging van makelaars. Bij de taxatie van een woning hangt de uitkomst af van de staat van onderhoud, grootte van het huis en perceel, de indeling, constructie, de gebruikte materialen, hoe energiezuinig het is, het bestemmingsplan, grondrechten, de marktsituatie op dat moment en inderdaad ook de ligging en omgeving van het huis.

Uiteraard kan een windmolen invloed hebben. Net zoals wegen, bedrijven of een buurman die een extra schuur bouwt. Bovendien is de kans groot dat over een paar jaar veel mensen relatief in de buurt van een windmolen wonen. Dat is het gevolg van de broodnodige omschakeling naar schone energie uit onder meer windmolens. Er ontstaat een nieuwe realiteit en ook dat weegt mee in uiteindelijke bepaling van de woningwaarde.

Zijn er verhalen bekend over wat omwonenden vinden van windmolens in hun omgeving?

Rondvraag door kranten
Regionale kranten De Gelderlander en de Stentor hebben omwonenden van windmolens gevraagd hoe het is om in de buurt van windmolens te wonen. Lees hier het artikel in De Gelderlander en hier het artikel in de Stentor. Uit deze artikelen blijkt dat deze omwonenden eigenlijk zonder problemen bij deze windmolens wonen.

 

Onderzoek TNO onder omwonenden van vier windparken
Onafhankelijk kennisinstituut TNO vroeg aan duizenden omwonenden van vier windparken verspreid door Nederland hoe zij het windpark beleven. Klik hier om het volledige rapport (2022) met alle bevindingen te lezen. Onderstaande grafiek komt uit dit rapport (tekst loopt door onder de afbeelding):

 

Uitkomsten onderzoek TNO

 

Omwonenden en bedrijven rond windmolens in Deventer
Verder is aan omwonenden en bedrijven rond twee windmolens in Deventer gevraagd hoe zij deze windmolens beleven. Meer daarover leest u hier en hier.

 

Omwonende van windmolen in 's-Hertogenbosch
Duurzaam energiebedrijf Pure Energie heeft aan Nanette Hagens, omwonende van de windmolen in 's-Hertogenbosch, gevraagd hoe het is om in de buurt van die windmolen te wonen. Lees hier het interview met haar of klik hier voor de video van het interview.

 

Peiling Inwonerspanel gemeente Ede
Sinds mei 2015 staan in Ede twee windmolens aan de westzijde van de A30, ter hoogte van bedrijventerrein A12. In september 2015 is een peiling uitgevoerd onder het Inwonerspanel van de gemeente Ede om de mening van bewoners over windmolens in Ede in beeld te brengen. Klik hier om de resultaten daarvan te lezen.

 

De meeste inwoners hebben weinig last van de windmolens, blijkt uit de peiling van de gemeente Ede. Het overgrote deel (87 procent) ervaart geen overlast. Met overlast bedoelen inwoners vooral landschapsvervuiling; geluidsoverlast komt sporadisch (1x) voor. Van de inwoners die weten dat er windmolens zijn, geeft 83 procent aan ze niet te zien of te horen. Twee inwoners geven aan dat zij de windmolens kunnen zien en horen en 16 procent geeft aan de windmolens te kunnen zien.

 

Natuur & Milieu spreekt omwonenden
Ook Natuur & Milieu heeft omwonenden van windmolens gesproken. Lees hier de artikelen daarover.

 

Onderzoek van het CBS
Uit onderzoek van het CBS (oktober 2018) blijkt dat bijna 70 procent van de Nederlanders er geen moeite mee heeft of er neutraal tegenover staan als er windmolens in hun woonomgeving komen. Lees hier het volledige onderzoeksrapport.

Hebben dieren last van een windmolen?

De sterfte van vogels door windmolens is zeer gering vergeleken met andere doodsoorzaken (katten, verkeer, ramen, landbouw, jacht, hoogspanningsleidingen). Toch kunnen vogels sterven door windmolens, net als bijvoorbeeld vleermuizen. Daarom is bij elk initiatief voor windmolens goed onderzoek nodig. Daarbij wordt met name gekeken hoeveel extra sterfte van dieren er te verwachten is, of dit gevolgen heeft voor de instandhouding van de populatie en of er maatregelen nodig of mogelijk zijn.